Contact

per 1 april 2018 Wethouder van Caldenborghlaan 45
6226 BS Maastricht
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

Download TNO rapport

 

TNO onderzoek naar effectiviteit methodiek Kuipers verschenen

Onlangs heeft TNO het onderzoek “Focus op hechting, een evaluatie van de methodiek van Paulien Kuipers”, afgerond. Dit onderzoek is gedaan in opdracht van Stichting Kinderpostzegels Nederland. De auteurs waren M.S. de Wolff, M. Beltman en R. van Zoonen (TNO). Verder hebben professionals van Envida JGZ en medewerkers van Stichting Kinderleven hun bijdragen geleverd.
Het onderzoek richt zich met name op JGZ professionals maar gesteld kan worden dat andere professionals (binnen jeugdbescherming, kinderopvang, FOH etc.) die met baby’s en kleine kinderen werken ook veel baat kunnen hebben bij de onderzochte methodiek.

Samenvatting:
Het onderzoek richt zich op het meten van de effectiviteit van de methodes die Paulien Kuipers heeft  ontwikkeld. Met deze methodieken kunnen de JGZ-professionals tijdens de reguliere contactmomenten hechting bespreekbaar maken met ouders. 

JGZ Professionals worden getraind om vanaf het eerste begin de ouder-kind relatie te observeren en mogelijke belemmeringen in de prille relatie te bespreken aan de hand vijf dimensies:
• Aansluiten: kunnen ouders de signalen van het kind lezen en daarop in spelen?
• Betrokkenheid van ouders bij hun kind
• Comfortzone van de ouders: kunnen ouders rustig blijven en hun kind emotioneel reguleren als het overstuur is? (daarbij wordt ook de ‘comfortzone van het kind’ geobserveerd: hoe geprikkeld reageert het kind doorgaans?)
• Voorspelbaarheid van de ouder ten opzichte van de baby 
• Balans: hoe is de balans tussen de behoeften van de baby en die van de ouders?

Uniek aan de methodiek is dat de JGZ-professional tijdens het contactmoment al een laagdrempelige interventie kan aanbieden: het ééngespreksmodel. Dit gesprek beoogt de vroege ouder-kind relatie te versterken. Nadat eerst mogelijke belemmeringen voor de ouder-kind relatie besproken zijn, richt de professional de aandacht van de ouders op de baby, en versterkt hun band met behulp van verbindende woorden. De professional benoemt wat de ouder goed doet ten opzichte van het kind, en de reactie bij het kind. Het doel van dit gesprek is dat ouder en kind elkaar weer zien en ‘aannemen’ als ouder en als kind: en een nieuwe start maken.   

Het vijfstappenmodel is een GGZ interventie waarnaar de JGZ-professional kan verwijzen als blijkt dat de barrières tussen ouders en kind groter zijn dan met het ééngespreksmodel verholpen kunnen worden. Het doel van het vijfstappenmodel is om de hechtingsrelatie tussen ouders en hun kind positief te beïnvloeden. Alle inspanningen zijn gericht op het welbevinden van ouders en hun jonge kind. Tijdens het vijfstappenmodel worden naast aandacht voor en opheffen van belemmeringen in de band, de basisvaardigheden die een goede band met het kind bevorderen, bij ouders bewust gemaakt en geactiveerd.

Dit onderzoek beoogt de methodiek van Paulien Kuipers op een exploratieve manier te evalueren bij ouders en professionals van JGZ-organisatie Envida in Zuid Limburg. Daarnaast wordt de methodiek geëvalueerd bij de ouders en professionals van Stichting Kinderleven in Maastricht. Dit is de stichting die de methodiek van Paulien Kuipers aanbiedt als een vorm van jeugd ggz hulpverlening. Voor een uitgebreide beschrijving van de methodiek zelf wordt verwezen naar het boek “Eerste hulp bij hechting: Taal voor ouders en hun jonge kind”, van Paulien Kuipers (2015). 


Conclusies
De belangrijkste conclusies met betrekking tot de werkzaamheid van methodieken van Paulien Kuipers die we kunnen trekken op basis van onze bevindingen, zijn:

1. De JGZ-professionals zijn enthousiast over de methodiek: ze beschikken over een praktisch hulpmiddel waarmee ze de ouder-kind band bespreekbaar kunnen maken. Verder zijn ze van mening dat het ééngespreksmodel een adequate en effectieve methode is om de band tussen ouders en hun kind te verbeteren.  Het enthousiasme laat  zien dat de methodiek goed aansluit bij de werkwijze van de JGZ-professional.

2. Twee tot acht procent van de ouders die de JGZ bezoeken in het eerste jaar, komen door de methodiek van Paulien Kuipers met mogelijke hechtingsproblematiek. Met behulp van de vijf dimensies worden ouders gevonden bij wie belemmeringen in de prille hechtingsrelatie aan de orde zijn. In al deze gevallen versterkt de JGZ-professional de relatie door de belemmeringen met de ouder te bespreken. Het ééngespreksmodel wordt in 4% van alle consulten aangeboden en in 1% vindt een verwijzing naar het vijfstappenmodel plaats.

3. De vijf dimensies (Aansluiten, Comfort, Betrokkenheid, Balans en Voorspelbaarheid) blijken valide te zijn: onderling hangen de dimensies goed samen, en er is een zinvolle samenhang met het noteren van zorgen door de JGZ-professional in het dossier en het aanbieden van het ééngespreksmodel.

4. We vinden eerste aanwijzingen voor de effectiviteit van de methodiek:
• Een meerderheid van de ouders die de vragenlijst hebben ingevuld (63%) is van mening dat het JGZ bezoek op 4 maanden een positieve invloed heeft op de ouder-kind relatie.
• In twee-derde van alle gezinnen in het werkgebied van Envida blijkt dat op de leeftijd van 4 maanden een gezonde ouder-kind relatie tot stand komt.

5. Belangrijke conclusies met betrekking tot de procesevaluatie bij de JGZ-professionals:
• Dankzij de handvatten van het verbindend taalgebruik, is het nu gemakkelijker geworden voor JGZ-professionals om het gesprek met ouders over hechting aan te gaan. Dit gesprek zal hierdoor naar alle waarschijnlijkheid minder vaak uit de weggegaan worden. Daar staat tegenover dat er voldoende beschikbare tijd moet zijn voor de JGZ professional om dit gesprek met ouders aan te gaan.

• De professionals van Envida voelden zich voldoende toegerust voor het gebruik van de vijf dimensies en het verwijzen naar het vijfstappenmodel.

• Sommige professionals voelen zich nog onzeker om het ééngespreksmodel goed te kunnen uitvoeren. De JGZ-professionals hebben behoefte aan meer begeleiding bij het uitvoeren van het ééngespreksmodel, en meer ruimte voor intervisie.

Sterk aan de methodiek van Paulien Kuipers is dat de methodiek juist ingezet wordt op het moment dat ouders vaak nog zoekende zijn in de omgang en verzorging van de baby, en hoe ze hun dagelijkse activiteiten moeten afstemmen op de behoeften van de baby. Om die reden zal een gesprek over hechting tijdens de vroege contactmomenten minder vreemd overkomen dan op latere leeftijd. Met andere woorden: de vroege timing van de methodiek is een sterke kant omdat ouders op dat moment meer openstaan voor dit thema.
De vroege timing heeft nog een tweede voordeel: namelijk dat de methodiek echt preventief is in de zin dat de band die nog in ontwikkeling is al in de goede richting wordt “opgeduwd”, in plaats van het bijstellen van een band die al onveilig is. Alle andere interventies die in Nederland beschikbaar zijn voor gehechtheid zoals Basic Trust (Polderman et al., 2011) en de VIPP-SD (Juffer et al., 2008) worden in de regel pas ingezet vanaf de leeftijd van een jaar, als de hechtingsrelatie al tot stand gekomen is. In beide gevallen wordt dat de veilige relatie feitelijk gerepareerd.
Een ander sterk punt van de methodiek van Paulien Kuipers is dat de methodiek niet enkel signaleert, maar ook een laagdrempelige interventie biedt en een doorverwijzing biedt bij meer ernstige problematiek. Een bijkomend voordeel is dat die interventie ook meteen tijdens het contactmoment aangeboden wordt: ouders hoeven niet ergens anders heen of een extra afspraak te maken. De JGZ-professional kan het gesprek over hechting meteen voeren in hetzelfde contactmoment. Dit vraagt overigens wel veel deskundigheid van de JGZ-professional: naast signaleren en bespreken moeten ze ook het ééngespreksmodel toepassen in een beperkte tijd. In het ééngespreksmodel komt het aan op het kiezen van de juiste bewoordingen, en op de juiste timing. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de professionals behoefte hebben aan meer scholing en meer intervisie bij het uitvoeren van de methodiek.

Aanbevelingen
Aan het eind van het onderzoek volgen aanbevelingen zoals een pleidooi om de methodiek van Paulien Kuipers verder te ontwikkelen.
De vroege timing van de methodiek en het feit dat zowel gesignaleerd als ondersteund wordt zijn sterke kanten.  Voort pleit men ervoor om, gezien de effectiviteit,  de methodiek ook op andere plaatsen in Nederland in te zetten, en verder te onderzoeken op effectiviteit.
Het feit dat professionals die gaan leren om te ‘helpen hechten’ een nieuwe attitude en grondhouding nodig hebben die meer gekleurd wordt door medemenselijkheid als door het deskundige  adviesmodel betekent een behoorlijke omslag in de manier waarop zij werken met ouders.
De huidige scholing voor de methodiek van Paulien Kuipers (binnen een tijdsbestek van totaal zes dagdelen en een coaching-on-the-job-moment) is niet voldoende toereikend om een totale attitude-omslag bij de professional te kunnen maken. Dat pleit voor een plaats van deze scholing in de landelijke opleiding voor jeugdartsen en verpleegkundigen, zodat van meet af aan deze methodieken meegenomen kunnen worden bij de beroepsvorming.
Met de methodiek hebben we een positief en werkbaar instrument in handen om hechting onder de aandacht te brengen in de JGZ. Het is aan te bevelen dat (onderdelen uit) de methodiek ook benut gaan worden in de huidige opleidingen voor jeugdarts en jeugdverpleegkundige.
Meer voorlichting aan ouders is wenselijk over de noodzaak van positieve relatievorming, en de invloed daarvan op de ontwikkeling van het kind. Zo kan meer begrip ontstaan voor het feit dat hechting een thema is dat heel goed thuishoort bij de JGZ, omdat hechting heel vroeg in de ontwikkeling plaatsvindt, en het ondersteunen ervan dus per definitie preventief is.

Download het hele rapport