Applaus

14-05-2020

Naast alle aandacht en applaus die er was en is voor zorgverleners in ziekenhuizen, op intensive care afdelingen, in bejaarden- en verpleeghuizen, is er één groep zorgverleners die totaal aan de publieke aandacht ontsnapt is. Dat zijn de hulpverleners in de jeugdzorg en speciaal degenen die een gezinshuis draaiende houden.

In deze huizen wonen gemiddeld acht kinderen van verschillende leeftijden, die allen door een problematische thuissituatie een moeilijke start in hun leven hebben gehad. Dat brengt met zich mee dat ze vaak moeilijk kunnen omgaan met liefde, aandacht en emoties.

Ze zijn gauw in de war, bang verlaten te worden, bang dat hun eigen ouders of de leiding van het gezinshuis hen niet lief genoeg vinden. Ze uiten deze gevoelens vaak met lastig gedrag.

Van nabij maak ik zo'n gezinshuis mee. Het eindeloze geduld van de begeleiders die toch maar mooi vierentwintig uur per dag klaar staan - en dat alle dagen van de coronacrisis - bewonder ik enorm. Kinderen in nood zijn in de war en dus lastig. Zonder coronacrisis is het al een knap staaltje werk van de begeleiders om het 'gezin' in pais en vree te runnen en de kinderen een thuis te geven. Maar in coronatijd is het gedrag van de kinderen bij tijd en wijle extreem moeilijk. De dagen hebben minder structuur, iets waar deze kinderen heel slecht mee om kunnen gaan. Het ene kind loopt voortdurend weg. Het andere kind krijgt minstens vijf woede-uitbarstingen per dag. Een derde kind begint opeens in haar broek te plassen en een vierde slaapt niet meer. Een vijfde maakt met elk activiteit de kachel aan.

Voor een aantal kinderen betekent de coronacrisis ook nog, dat ze geen contact meer hebben met hun biologische ouders. De omgang met andere volwassenen dan die in het gezinshuis brengt immers teveel besmettingsgevaar met zich mee. Geen omgang betekent voor deze kinderen ontregeling. Het roept vragen op als: "Houden mijn ouders nog wel van mij" en onrust:" Wanneer bellen ze nu toch". En als de ouders vergeten te bellen of dat niet op tijd doen zijn natuurlijk de rapen gaar. Dan raakt het kind in paniek, is boos of bang en gedraagt zich vervolgens dusdanig lastig dat er geen land mee te bezeilen is.

De begeleiders die ik in deze tijd mocht volgen hebben het meer dan fantastisch gedaan. En ik vermoed: de begeleiders van andere huizen ook. Alle dagen hebben ze een programma gemaakt waarin huiswerk, plezier en ontspanning vaste onderdelen waren. Alle dagen.

Zonder één dag vrij.

Ze verdienen een lintje. Dat op zijn minst. Maar ze verdienen vooral ook ons aller respect. En een heel lang en warm applaus. Dank jullie wel: alle jeugdhulpverleners in gezinshuizen!