Huilbaby

Een huilbaby is een baby die overmatig, extreem of excessief huilt. Natuurlijk huilen alle baby's wel eens maar soms zijn er redenen voor bezorgdheid. Want wat is normaal of abnormaal huilen? Eigenlijk zijn het de ouders die beslissen of ze vinden dat hun baby een 'huilbaby' is. De comfortzone van de ouders maakt of ze er rustig onder blijven of het huilen problematisch vinden. Bezorgde ouders raken er gestrest van en kunnen zo nog slechter tegen het huilen. Ouders die hun kindje kunnen 'lezen' weten waarom het huilt. Het heeft honger, dorst, koud, warm, ziek of....
Er kan natuurlijk altijd een lichamelijke oorzaak zijn zoals pijn. Voor bezorgde ouders is het goed om te weten dat bij alle baby's vanaf twee weken het huilen toeneemt. Rond de 6 weken is er een huilhoogtepunt en na drie maanden weten de meeste ouders wanneer hun kind huilt en waarom. Zo weten ze dat tegen de avond het huilen vaak erger wordt. Of er nu van extreem huilen wel of geen sprake is, na zessen begint het vaak.

Een baby laten huilen werd vroeger aangemoedigd, denk maar aan Spock. Het waren de ouders die de baas waren en dat moest je laten merken. Tegenwoordig wordt daar anders tegen aan gekeken. Als een baby huilt voelt hij zich niet prettig. Het is aan de ouder om te kijken of het ongemak verholpen kan worden. Baby's hebben een stressregulatiesysteem dat nog niet volledig ontwikkeld is en ze hebben een smalle comfortzone. Elke situatie kan een trigger zijn om het op een huilen te zetten. Dat vraagt geduld van de ouders en het vermogen om het huilen te verdragen. En het vraagt om een goede troosthouding. Wanneer ouders zelf uit hun evenwicht raken door een heftig huilend of boos kind, kunnen zij onvoldoende uitzoeken wat de oorzaak van het huilen is en zullen hun eigen negatieve emoties het troosten en rustig maken van hun baby in de weg staan. Bij onveilige hechting speelt het onvoldoende kunnen hanteren door ouders van negatieve emoties - van de baby en van zichzelf - een belangrijke rol (Siegel 2011). Want het kind weet niet vooraf of zijn moeder boos wordt als hij huilt, of dat ze hem liefdevol zal troosten. Het kind leert van ouders met een heftig reactiepatroon of een negeerpatroon niets over emotieregulatie. Het zal zijn eigen gevoelens of onderdrukken of extreem ventileren. Is de comfortzone van ouders breed, dan is een kind meer beschermd tegen zijn eigen heftige emoties. Het kind leert dan gaandeweg dat zijn ouders zijn heftige emoties aankunnen en er niet bang voor zijn. De ouders zijn de rots in de branding. Hierdoor gaat het kind zelf zijn emoties reguleren. Zeker als een kind een moeilijk temperament heeft en snel uit balans is, heeft het ouders nodig die stabiel zijn en een brede comfortzone hebben. Door de rust van de ouders wordt het kind gerustgesteld. Tijdens het eerste jaar zal de baby wel huilen, maar in de loop van de tijd steeds minder heftig en steeds minder lang. Als het kind ongeveer een jaar is, kan het enigszins zichzelf troosten door op de duim te zuigen of op de knuffel te sabbelen. Het vertrouwt erop dat de nodige troost van zijn verzorgers zeker komt. Zo wordt de smalle comfortzone waarmee een baby ter wereld komt breder en breder naar mate ouders meer afgestemde zorg bieden.

Informatie over overmatig huilen van een baby is te vinden op de multidisciplinaire Richtlijn van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.