Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

klachtenprocedure

Klachtenprocedure Stichting Kinderleven (september 2016)
Teneinde een zorgvuldige en effectieve relatie met cliënten/klanten te bewerkstelligen heeft Stichting Kinderleven een klachtenregeling voor al haar diensten in het leven geroepen.

Artikel 1 Begrippen
Cliënt/klant: Ieder die feitelijk deelneemt of heeft deelgenomen aan de diensten van Stichting Kinderleven
Klachtencommissie: De Klachtencommissie van Stichting Kinderleven
Directie: Algemeen directeur: Paulien Kuipers
Klacht: Iedere schriftelijke uiting van onvrede over de diensten aan de Klachtencommissie met het verzoek een onderzoek in te stellen en een oordeel te vellen.
Klager: Degene die een schriftelijke klacht bij de Klachtencommissie heeft ingediend.

Artikel 2 Ontvankelijkheid
De cliënt en degene in wiens opdracht deze aan de diensten deelneemt, of heeft deelgenomen, kan tot drie maanden na afsluiting een schriftelijke klacht over de uitvoering indienen bij de Klachtencommissie.
De Klachtencommissie kan beslissen dat een klacht die pas wordt ingediend na de in het eerste lid genoemde termijn, toch in behandeling wordt genomen, indien – naar het oordeel van de commissie – van de klager redelijkerwijs niet kon worden gevraagd dat hij zijn klacht eerder indiende.

Artikel 3 Samenstelling van de Klachtencommissie
De Klachtencommissie bestaat uit: een onafhankelijk voorzitter die niet werkzaam is voor Stichting Kinderleven, een secretaris namens Stichting Kinderleven en een lid dat als deelnemer ervaring heeft met de diensten van Stichting Kinderleven. Laatstgenoemde verricht geen werkzaamheden voor Stichting Kinderleven.

Artikel 4 Taak van de Klachtencommissie
De Klachtencommissie heeft de taak om ingediende klachten te onderzoeken en daarover een oordeel te geven. Dit oordeel heeft de vorm van een advies aan de directie.

Artikel 5 Klachtenprocedure
Nadat de klacht is ingediend onderzoekt de voorzitter de ontvankelijkheid van de klacht. Is de klacht niet ontvankelijk dan laat hij dit schriftelijk en gemotiveerd aan de klager weten.
Is de klacht wel ontvankelijk dan stelt de Klachtencommissie de betreffende hulpverlener schriftelijk in kennis van de klacht en verzoekt deze om een schriftelijke reactie.
Na ontvangst van deze reactie zendt de Klachtencommissie een afschrift daarvan aan de klager.
Is het naar het oordeel van de Klachtencommissie niet mogelijk op basis van de klacht en de reactie van de betrokken hulpverlener op de klacht zich een oordeel te vormen, dan hoort de commissie de klager, de betrokken hulpverlener en zo nodig de directie. Zo mogelijk worden de klager, de betrokken hulpverlener en zo nodig de directie in elkaars aanwezigheid gehoord.

Artikel 6 Het oordeel van de Klachtencommissie
De Klachtencommissie komt binnen vier weken na ontvangst van de klacht tot haar oordeel. Dit oordeel heeft het karakter van een schriftelijk advies aan de directie.
De Klachtencommissie zendt haar oordeel binnen vier weken na ontvangst van de klacht aan de directie en zendt een afschrift van haar oordeel aan de klager en de betrokken hulpverlener.
Verlenging van de in lid 1 genoemde termijn is mogelijk met twee periodes van maximaal vier weken.
Is verlenging noodzakelijk dan maakt de Klachtencommissie deze verlenging aan de klager en de betrokken hulpverlener schriftelijk bekend.

Artikel 7 Reactie directie
Uiterlijk twee weken na ontvangst van het oordeel van de Klachtencommissie maakt de directie haar schriftelijke reactie op het oordeel van de Klachtencommissie bekend. Deze reactie is bindend voor alle partijen.
De directie zendt binnen twee weken na ontvangst van het oordeel van de Klachtencommissie een afschrift van haar reactie aan de klager en de betrokken hulpverlener.
Verlenging van deze termijn is met maximaal twee weken mogelijk. Deze verlenging wordt eveneens schriftelijk bekend gemaakt aan de klager en de betrokken hulpverlener.
Wanneer de klacht beoordeeld wordt als zijnde terecht, zal de klachtencommissie in overleg met het bestuur van Stichting Kinderleven beoordelen welke gevolgen dit heeft voor de betreffende werknemer en/of de algemene werkwijze van de Stichting.