Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

de dynamische band tussen ouders en hun kind

Een gehechtheidsrelatie tussen ouders en hun kind is niet statisch en deze band is, onder invloed van de ontwikkeling van het kind of door gebeurtenissen in het gezin, aan veranderingen onderhevig.

Een gehechtheidsrelatie is een emotionele relatie die tussen kind en ouder opgebouwd wordt op basis van ervaringen in de interactie. Ieder jong kind richt zich op zijn ouders of verzorgers en zoekt bescherming en hulp. De wijze waarop ouders reageren, bepaalt de kwaliteit van de relatie tussen hen beiden. De relatie kan veilig of onveilig zijn voor het kind. Het aantal kinderen dat opgroeit in een veilige hechtingsrelatie is groot. Deze kinderen krijgen een blauwdruk voor ‘geluk’. Maar het aantal kinderen dat in een minder veilige hechtingsrelatie terecht komt is nog altijd éénderde van het aantal thuiswonende kinderen onder de twaalf jaar. Tussen veilige en onveilige hechting ligt een grijs gebied en de overgang van veilige naar onveilige hechting is een glijdende schaal, die loopt van zeer subtiele hechtingsproblemen tot een ernstige hechtingsstoornis.

Tegenwoordig weten we dat de eerste maanden (en zelfs de maanden voorafgaande aan de geboorte) heel belangrijk zijn voor een goede band tussen ouders en kind. Maar soms hebben ouders met hun jonge kind een moeilijke start. Het kind huilt veel en de ouders voelen zich ongelukkig, want ze kunnen hun kind niet goed ‘lezen’. Dit hoeft niet zo te blijven. Goede hulp van een jeugdarts of jeugdverpleegkundige, een buurvrouw of een kinderpsycholoog kan wonderen verrichten! En… sommige ouders begrijpen ‘als vanzelf’  hun baby wel als het een peuter is! Omdat het kind zich goed kan uitdrukken, of omdat ze nu kunnen begrijpen wat er aan schort als het kind huilt.

Omgekeerd komt het ook voor dat een baby die veilig hecht aan zijn ouders en de ouders aan hem, in de peutertijd door de ouders ervaren wordt als een dwars kind. Ouders verzuchten: “Zo lief als ze eerst was, zo onhandelbaar is ze nu”. Ouders en kind kunnen elkaar dan alsnog kwijtraken. De hechtingsrelatie lijdt daaronder.

 

Kinderen die in de basis onveilig gehecht zijn kunnen dus later een veilige hechting ontwikkelen. En omgekeerd. De relatie tussen de ouders kan voor dit laatste een risicofactor zijn: relatiestress wordt ouder-kind stress. Maar ook huisvestingsproblemen, financiële problemen, ruzies en conflicten in de familie kunnen bijdragen aan het gegeven dat, na een fijne kraamtijd, er te weinig aandacht is voor het kind.

 

De maatschappij helpt een handje mee om de stress bij ouders te vergroten. Door het werk is er misschien minder tijd voor de baby. En veilige hechting vraagt om aandacht, beschikbaarheid en tijd van ouders. Daarnaast willen we met z’n allen graag perfecte kinderen. Dat leidt soms tot het overstimuleren van onze kinderen en we leggen met onze verwachtingen en complimenten de lat hoog. Kinderen ontwikkelen daardoor soms een onrealistisch zelfbeeld (ik ben beter, slimmer, creatiever dan anderen) of worden bang door al dat opgejut: ze raken zichzelf kwijt.

Ouders kunnen door de gevaren in onze samenleving te beschermend zijn en het kind zo afhouden van nieuwe ervaringen. Het kind kan zich dan niet door-ontwikkelen en geen praktijkervaring opdoen. Door overstimulering en overprotectie kan de ouder-kind band onvrij worden. De veilige hechting, die garant staat voor tevredenheid, wederzijds begrip en realistisch gevoel voor eigenwaarde, kan dan in het geding zijn.

Los van deze risicofactoren zijn er kwetsbare momenten in de eerste jaren van het opgroeiende kind, waarbij de band met ouders onder druk kan komen te staan.

Het stoppen met de borstvoeding is zo’n moment. Het kind laat de borst los en de moeder laat haar unieke positie ten opzichte van het kind los. In plaats daarvan komen andere vormen van genegenheid. Helaas stoppen veel moeders door de slechte regelingen omtrent het geven van borstvoeding op het werk, abrupt of (te) snel met de borstvoeding terwijl kind en moeder daar nog niet aan toe zijn. Te plotseling overstappen op fles- of vaste voeding  kan de baby maar ook de moeder onzeker maken en zo gevolgen hebben voor een veilige hechting.

Een ander kwetsbaar moment is het zindelijk worden. Rond het zindelijk worden kan veel strijd ontstaan die schadelijk kan worden voor de onderlinge band.

Doordat een kind zich op een bepaald moment bewust wordt van de eigen sekse, veranderen de verhoudingen in het gezin. Sekse-identiteit brengt met zich mee dat een kind zich bewust wordt van de sekse-identiteit van de ouders. Voor het hechtingsproces is het belangrijk dat ouders accepteren dat de band van de zoon of de dochter met moeder anders gaat aanvoelen dan hun band met vader.

Voor het hechtingsproces met het kind is het in dit stadium van groot belang dat de ouders hun relatie als liefdevol en hecht presenteren aan hun kind. Het kind zal het opgeven om een rol van betekenis te gaan spelen binnen hun relatie. De veilige band met zijn ouders ‘als steun in de rug’ draagt er toe bij dat het kind zijn energie gaat richten op contacten met leeftijdsgenoten: de vriendjes en vriendinnetjes in plaats van op de ouders. Voelt het kind zich niet veilig dan blijft het aan de vader en moeder ‘hangen’.

Een nieuw broertje of zusje kan een veilige hechtingsrelatie onder druk zetten. Het oudere kind kan zich aan de kant gezet of ingewisseld voelen. Het kind kan reageren met klampgedrag of op onbewaakte ogenblikken de baby pijn doen, speelgoed afpakken en de baby wegduwen. De kern van zijn onzekerheid is: houdt mijn moeder of vader nog van mij nu de nieuwe baby er is. Het vraagt om tact en wijsheid van ouders om hun oudste kind door deze periode heen te loodsen. Wanneer ouders te negatief zijn tegen de oudste over zijn onplezierige gedrag zal dit hun hechtingsband schade berokkenen.

Gelukkig zijn kinderen flexibel en onprettige ervaringen of situaties zijn niet meteen blijvend van invloed op een veilige hechting. Vanuit een positieve levenshouding waarvoor de basis in de eerste jaren gelegd is, zullen nieuwe ervaringen en tegenslagen beter kunnen worden verwerkt. Voor de ouders geldt dat als zij hun kind een periode niet zo goed kunnen ‘lezen’, hulp vragen een goede stap is. Anderen begrijpen je kind vaak wel en zij kunnen je ogen weer openen voor je kind. Daardoor kun je weer beter beschikbaar zijn voor het kind  en (meestal) sensitief, voorspelbaar en afgestemd reageren. De kans op het verder ontwikkelen van een veilige relatie tijdens het opgroeien wordt hierdoor vergroot. En …… het perfecte kind bestaat niet, maar perfecte ouders gelukkig ook niet!