Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

uitgangspunten

Kleine kind is talig:
Het jonge kind spreekt weliswaar nog niet in woorden, maar communiceert  wel. Met de lichaamstaal en het gedrag reageert een kind op de sfeer en de stemmingen van zijn ouders en van anderen. Klachten van het jonge kind worden daarom mede begrepen vanuit het samenlevingsverband van het kind. Het kleine kind is weliswaar nog niet autonoom in het dagelijks leven, maar wel autonoom in zijn verlangen om zich te ontwikkelen tot de unieke mens die het al in wezen is. Het kind is al gevoelig voor taal / woorden vanaf het prille begin, met name voor woorden en zinnen die betekenis verlenen aan zijn bestaan. Binnen de methodiek van Stichting Kinderleven wordt daarom ook met de allerkleinsten gesproken.

Opheffen barrières:
Zowel het kind als de ouders lijden wanneer hun onderlinge relatie zich moeizaam ontwikkelt. Tijdens de consulten zijn in de regel de ouders samen met hun kind deelnemers.
Des te eerder de barrières tussen ouders en kind, welke een goede relatievorming in de weg staan, opgeheven worden, des te beter is dit voor de ontwikkeling van het kind. Daarom richt Stichting Kinderleven zich ook op de relatievorming van ouders met  hun allerkleinste kinderen, bijvoorbeeld nog voor en direct na de geboorte.

Positieve band geeft vertrouwen:
Een onveilige gehechtheidsrelatie is geen persoonskenmerk van het kind of van de ouder(s), maar een kenmerk van de relatie tussen kind en volwassene. Een kind met een onveilige hechtingsrelatie bouwt onvoldoende vertrouwen in zichzelf en anderen op. Er is hulp nodig om de relatie tussen ouders en kind veiliger te helpen maken en de band in positieve zin te herstellen.

Bijsturen is mogelijk:
De band van het kind met de ouders of belangrijke anderen (pleegouders bijv.) kan op iedere leeftijd bijgestuurd worden doordat het kind alsnog positieve ervaringen opdoet met deze gehechtheidspersoon. Positieve ervaringen doet een kind op wanneer de gehechtheidspersoon beschikbaar is, sensitief en voorspelbaar reageert op het kind en leert praten met het kind over dingen die het leven van het kind betreffen.
 
Comfortzone:
Omdat een goede comfortzone van ouders zo belangrijk is voor het opbouwen van een veilige relatie is het erg belangrijk dat jeugd(gezondheids)zorgwerkers kunnen inschatten in hoeverre ouders de negatieve uitingen van hun kind kunnen verdragen. Ouders met een moeilijke voorgeschiedenis, die zelf weer ouders hadden met een smalle comfortzone of zelf onveilig gehecht zijn zullen meer moeite kunnen ondervinden met de negatieve emoties van hun eigen kind. Ouders met een psychiatrische diagnose zoals depressie of autisme of perfectionisme zullen vaker moeite hebben met het de-regulerende onvoorspelbare gedrag van hun baby.

Netwerk:
Een solide netwerk van relaties met volwassen familieleden zoals ooms, tantes en grootouders is van groot belang voor kinderen waarvan de ouders moeite hebben sensitief en afstemmend met hun kind om te gaan.

Voorspelbaarheid:
Om een veilige gehechtheidsrelatie op te bouwen is het nodig dat de volwassene sensitief en voorspelbaar met het kind omgaat. Een veilige gehechtheidsrelatie is gebaat bij continuïteit en stabiliteit in de aanwezigheid van vaste verzorgers. Dat wil zeggen: een klein aantal verzorgers (dit kunnen zowel de ouders als andere  ouders zijn) heeft zeer regelmatig contact met het kind.

Blauwdruk voor geluk:
Een goede gehechtheidsrelatie die een kind in zijn vroege jeugd heeft opgebouwd met zijn ouder(s) is een blauwdruk voor geluk. Zijn de interacties met ouders in de eerste jaren afgestemd en veilig, dan zullen kinderen zich ontwikkelen tot mensen die in staat zijn op positieve wijze contacten met anderen te onderhouden, als partner, als vriend, als ouder. Wanneer echter de interacties in de kindertijd stress en angst oproepen, dan zullen dit ook de ingrediënten kunnen worden die toekomstige interacties in het leven gaan kleuren.