Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

Kiezen

18-09-2017 14:30

Een meisje van elf twijfelt over elke keuze die ze moet maken. Het onderwerp maakt niet uit - wat ze op haar brood zal doen, welke kleren ze aan zal trekken -  bij elke keuze is ze van slag. En als ze eindelijk de keuze heeft gemaakt, blijft ze er nog onzeker over. De vraag waar de ouders mee kwamen: “Hoe komt dit toch en wat valt er aan te doen”?

 

Zelf vind ik kiezen ook lastig. Liever doe ik én – én, dan óf – óf. Maar dat is natuurlijk niet vol te houden als je soms moet kiezen tussen veertig alternatieven. Tegenwoordig zijn er legio keuzemogelijkheden op elk gebied. Kiezen voor één ding is vaak onbevredigend: je laat immers negenendertig andere mogelijkheden onbenut.

 

In gezinnen golden vroeger strakke regels over eten en kleren. Tegenwoordig zijn de regels en gewoontes uit de dagelijkse routine verdwenen en mag je iedere dag opnieuw keuzes maken. Dat kost denkwerk en tijd én het brengt onzekerheid met zich mee.

Wanneer een kind over alles twijfelt, is het zelfvertrouwen in het geding: je kind is bang om afgewezen te worden, bang om de kans ‘op het beste’ te verspelen, bang om kleur te bekennen. Maar ook : bang om anderen, de ouders bijvoorbeeld, teleur te stellen wanneer ze kiezen voor iets waarvan ze weten dat ze daarmee misschien hun moeder of vader teleur zullen stellen. Dus is een belangrijk onderwerp tot zelfstudie voor de ouders: in hoeverre verdraag ik het wanneer de voorkeuren van mijn kind verschillen van de mijne, wanneer haar/zijn gedrag en keuzes wel de hunne maar nooit de mijne zullen zijn? Vaak kneden we ons kind, zonder het bewust te weten al van kindsbeen af aan naar onze smaak en leefstijl. Het kind, dat maar al te graag ons pleziert en behaagt (want het is van kindsbeen af afhankelijk van ons) kan in de knel komen als haar hart uitgaat naar andere zaken dan de onze. Zo kan een kind twijfelzucht ontwikkelen: het heeft geen innerlijke antenne waaraan het keuzes kan staven.

Als wij willen dat ons kind leert kiezen, is een aantal zaken belangrijk. Werk eraan dat jij de keuzes van je kind verdraagt, al zouden dat nooit de jouwe zijn. Verdraag met andere woorden verschillen tussen jou en je kind.En laat je kind merken dat je desondanks veel van haar/hem blijft houden.

Maar beperk ook de alternatieven. Het is pindakaas of jam, maar dan niet ook nog óf pasta óf hagelslag. Houd het luchtig. Zeg bijvoorbeeld: “Het maakt niet uit wat je kiest, het is allemaal lekker, leuk of goed”.  Bekort de tijd waarin gewikt en gewogen wordt. Sta bijvoorbeeld niet te lang in de schoenenwinkel omdat je kind besluiteloos is. Is de keuze na een kwartier nog niet gemaakt, vertrek dan uit de winkel. Zo leert een kind: kiezen is beter dan niet kiezen. Heeft je kind gekozen, kom er dan niet op terug en verwijder dat wat niet gekozen is uit het gezichtsveld. Kinderen die vaak twijfelen, worden ná de keuze overmand door angstige gedachten: “Was het andere niet beter? Wat vinden mijn ouders, mijn vriendinnen ervan?” Dat is zeer onplezierig voor haar. Zeg iets als: “Over een week kunnen we het ruilen als je dan nog steeds twijfelt”. Tien tegen één dat dit dan niet meer nodig is. 

 

Help het kind vooral met het opbouwen van zelfvertrouwen. Dat doe je door niet te doen wat mijn tante deed. Als zij vroeg wat ik wilde eten en ik koos ‘spinazie’, dan droeg zij meteen andere mogelijkheden aan: ‘Andijvie mag ook, of boontjes….’ Als ik antwoordde: ‘Goed tante, boontjes dan’ was haar reactie ‘Spinazie is ook goed hoor, zeg het maar….!”  En dan wist ik het echt niet meer.

Een kind krijgt meer zelfvertrouwen, als je direct een compliment geeft over de keuze. Het helpt je kind als je zegt: “Prima dat je dit gekozen hebt!”