Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

kerstcasus

07-12-2016 11:20

Deze casus gaat over veiligheid in de ouder – kind relatie. Maar ook een beetje over de onverwachte paden van de therapie.

Alle kinderen hebben leiding nodig. En volwassenen die het beter weten dan zijzelf. Waar zij zich aan kunnen toevertrouwen en waar ze op kunnen leunen. Volwassenen die niet omvallen. Die grenzen aangeven, maar die hen ook kunnen wiegen en troosten als dat aan de orde is.

Het is rond de Kerst, enkele jaren geleden, als er voor een meisje van zeven hulp wordt gezocht bij Kinderleven. Het meisje, Irene, laat haar oren hangen naar niets en niemand. Ze luistert niet, maakt ruzie en haar ouders zijn ten einde raad. Irene heeft een ouder broertje en drie jongere broertjes. Ze is enig meisje in de jongensrij. Haar moeder kent deze positie: ook zij groeide op tussen de jongens. Moeder vertelt dat háár moeder niet opgewassen was tegen haar man, tegen haar broers, tegen haar vader….

 

Bij de eerste ontmoeting met Irene zie ik een fors meisje dat geen blad voor de mond neemt. Zinnen als:“ Dat weet jij niet”, “Daar mag jij niets over zeggen”,  zijn aan de orde van de dag. Als deze zinnen bij een tweede ontmoeting wederom onverminderd uitgesproken worden, vraag ik haar: “Wie kan er wel iets over zeggen” en “Wie mag dat wel?”

Het meisje haalt haar schouders op. “Niemand” is haar antwoord. Ik besef dat er inderdaad niemand in haar omgeving is die ze enige autoriteit toevertrouwt. In het gesprek met haar ouders beamen zij dit: zij voelen zich machteloos, hebben geen invloed en weten niet hoe ze dat moeten krijgen….

 

Aan Irene vraag ik de volgende sessie of ze met me mee wil denken. Ik vraag: “Wie is de baas van Irene”?

Ze kijkt hogelijk verbaasd, haalt haar schouders op. “Zijn het pappa en mamma?” vraag ik. Ze schokschoudert en zegt uiteindelijk: “Nee”.

Wie zijn dan de baas van je vader en moeder, vraag ik. Zijn dat misschien je opa en oma?

Weer haalt ze haar schouders op en zegt: “Nee”.

We zetten dit gesprek nog even voort, en de opa’s en oma’s van opa en oma passeren de revue. Uiteindelijk is de hamvraag daar: “Maar, Irene, wie is dan uiteindelijk de baas over alles, is dat Maria?”

Beslist antwoordt Irene met een Nee. Vrouwen zijn nooit de baas volgens haar.

“Dan is het tenminste nog God, want die is ook de baas over Maria.”

“Oké” zeg ik, “God”.

Ik opper om een brief aan God te schrijven omdat hij de baas van alles is.

Irene schrijft: “God, ik wil geen ruzie met mijn broertjes, ook niet met mijn ouders. Misschien kunt u helpen dat mijn ouders niet alles meer goed vinden?”

We doen de brief in een enveloppe. “We brengen de brief naar God,” zeg ik. 

Irene is verbaasd. “God woont in de kerk” weet ze. Omdat ze niet kerkelijk is opgevoed, heeft ze nog geen kerk van binnen gezien.

De ouders geven toestemming om de brief  tijdens een therapiesessie naar de kerk te brengen.

Zo gebeurt het dat ik op een koude winterdag met Irene en de Brief naar de Onze Lieve Vrouwe Basiliek in Maastricht ga. Bij binnenkomst zoeken we de koster, want die weet natuurlijk wel waar de brievenbus van God is. De koster is druk bezig met de kerststal als we hem aanspreken. “O o,” moppert hij, “Zo komt de kerststal nooit af met al die onderbrekingen. Er zijn vandaag al meer brieven voor God gebracht… Ik haal de sleutel van de kapel van Maria, Sterre der Zee”…

Met een verwonderde Irene wacht ik in de donkere kerk. Dan komt de koster, met een reusachtige sleutel. Hij opent de glazen deur van de kapel en laat ons binnen. En INDERDAAD ligt aan de voeten van het imponerende Mariabeeld een mandje met daarin tal van briefjes. Voorzichtig schuift Irene haar brief in het mandje. Ze kijkt op naar het Mariabeeld en buigt…..

Als we na een poosje naar buiten lopen zegt ze: “Ik wist niet dat een vrouw de baas kan zijn. Nu komt het zeker goed”.