Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

Faalangst

22-08-2016 15:30

Als ik mijn zoon van zeven naar school breng klaagt hij vaak over hoofdpijn. De huisarts ziet geen aanleiding voor verder onderzoek en vroeg aan ons of het goed gaat op school. Hij heeft een goede band met de leerkracht, veel vriendjes in de klas en de vorderingen zijn goed maar hij zegt wel vaak: “Dat kan ik niet”. Zou er sprake kunnen zijn van faalangst en kunnen zijn klachten daarmee te maken hebben? Wat kunnen we eraan doen?

Als ik hoofdpijn heb komt dat vaak omdat ik iets spannends moet gaan doen, of dat ik langere tijd op mijn tenen moest lopen. En het gekke is: vóór ik kan beseffen dat iets spannend of moeilijk is, is de hoofdpijn er al. Tegenwoordig weet ik dat hoofdpijn eigenlijk het signaal is dat ik het rustiger aan moet doen of dat ik de zaken anders aan moet pakken. Een kind weet dat nog niet. Die voelt alleen een raar soort spanning in nek of hoofd en legt nog geen verband tussen de pijn en gebeurtenissen in zijn leven.

Het is heel goed mogelijk dat je kind reageert op de spanning die veroorzaakt wordt door de prestaties die hij moet leveren. Angst om fouten te maken hebben we allemaal. Sommige mensen gaan daardoor juist beter presteren. Anderen ‘klappen dicht’, voelen zich ziek, of gaan moeilijke opdrachten uit de weg. Als er vaak spanning opkomt bij opdrachten die met gemak tot een goed einde gebracht kunnen worden, spreken we van faalangst. Meestal is een kind dan bang dat hij door te blunderen, de ouders of de leerkracht teleur stelt; ... en onbedoeld krijgt het kind heel regelmatig de boodschap dat zijn prestaties zeer belangrijk zijn voor ons. We vragen vaak als eerste naar de resultaten: “Heb je gewonnen? Wat heb je geleerd? Heb je goed opgelet?” Of we scheppen op tegen anderen over zijn wapenfeiten. Wil hij onze liefde niet verliezen, dan moet hij wel presteren. Er ontstaat een nare spanning en dan ontwikkelt het kind manieren om deze niet te hoeven voelen: het kind gaat opdrachten vermijden, het kind gaat veel te hard werken, of  de spanning ‘verhuist’ naar het hoofd in de vorm van hoofdpijn of naar de buik en dan klaagt hij over diarree of krampen. Als je het kind door deze klachten gaat thuishouden, zullen de klachten verdwijnen, totdat je het weer naar school brengt: de klachten komen dan dubbel zo sterk terug. Thuisblijven is dus niet de oplossing. Evenmin helpt het als we het kind proberen te overtuigen van het feit dat het de opdrachten wél goed kan maken, want het kind heeft de opdrachten altijd mét spanning gemaakt en gelooft niet dat het zonder spanning ook zal gaan.

Vanuit hechtingsperspectief is het belangrijk dat ouders/verzorgers zich realiseren dat het kind niet meer vanzelfsprekend het gevoel krijgt dat hij goed is zoals hij is. De liefde heeft hij opgepakt als voorwaardelijk: pas door zijn positieve prestaties wordt er van hem gehouden. Door nergens meer de klemtoon op de prestaties te leggen zal het beter met hem gaan. 

Het zelfvertrouwen van het kind versterken door vaak een positieve opmerking te maken over de dingen die het kind vanzelfsprekend goed doet, kan wel helpen. Wat zeker ook helpt is: het presteren minder belangrijk maken door hem te niet te vragen naar het resultaat maar naar hoe hij het gehad heeft: “Was het leuk vandaag? Was het een fijne wedstrijd?” In deze tijd, waarin alles draait om resultaten, vraagt dat van ons – ouders – nog heel wat oefening!