Contact

St. Servaasklooster 36
Maastricht
6211 TE
043 3101650
stichtingkinderleven@gmail.com

Assertieve peuter?

25-02-2017 17:14

Onze kleinzoon van bijna twee verweert zich niet als een ander kind (kleiner of groter) zijn speelgoed afpakt of hem slaat. Hoe kan hij leren dat hij niet alles moet accepteren?


Deze vraag gaat uit van de veronderstelling dat een peuter zich zou moeten kunnen verweren. En dat hij dit moet leren als hij dit niet doet. Sommige kinderen van twee eigenen zich al het speelgoed toe en andere kinderen geven alles af. Sommigen duwen iedereen opzij en anderen gaan iedereen uit de weg. Deze verschillen hebben meer te maken met de aard van het kind dan met goede of slechte sociale vaardigheden. Want voor elk tweejarig kind geldt dat het nog te klein is om de sociale omgangsregels te kennen en toe te passen. Een peuter kan nog niet adequaat opkomen voor zichzelf en daarbij rekening houden met de ander omdat hij nog niet weet wie hij zelf is – hij zegt meestal nog geen ‘ik’. Hij maakt nog onvoldoende onderscheid tussen zichzelf en de ander of tussen eigen en andermans eigendommen. Binnen het gezin zijn er een heleboel dingen die van iedereen zijn. Als je een boterham eet van het bord dat je moeder zonder te vragen weer van je afneemt om het af te wassen, of je glas wordt weggehaald als je de melk op hebt, zijn dat bord en dat glas dan wel of niet van jou? En als je met de blokken speelt en je vader ruimt de blokken op omdat je naar bed moet, zijn de blokken dus ook van papa. En waarom kan je vader wel zomaar je blokken afpakken en mag je vriendje dat niet? Een peuter kan het gedrag van een ander nog niet goed beoordelen. Als het vriendje opzettelijk een klap uitdeelt doet dat pijn. Maar het kind ervaart ook wel eens pijn als zijn ouders hem verzorgen: de kam blijft steken in een klit, een velletje komt tussen de ritssluiting of het badwater is erg warm. Pijn is pijn en een peuter kan nog geen onderscheid maken tussen opzettelijk en per ongeluk toegebrachte pijn.
Eigenlijk is een peuter er nog niet aan toe om mét andere kinderen te spelen, maar hij zal er erg van genieten als hij náást hen speelt. Wanneer ze allebei hetzelfde speelgoed krijgen kunnen ze naar elkaar kijken en van elkaar leren. Een volwassene zal de kinderen tegen elkaar moeten beschermen. Als het ene kind het andere kind schade berokkent, werkt het beter om het kind dat de klap uitdeelt te corrigeren dan om het gedupeerde kind aan te sporen zich te verdedigen door terug te slaan. Want voor je het weet wordt ‘slaan’ de norm. Beide kinderen hebben uitleg nodig om te gaan begrijpen wie de eigenaar is van spullen, wat delen betekent.
Pas als een kind onderscheid maakt tussen zichzelf en de ander, ‘ik’ zegt, en kennis heeft van het ‘mijn en dijn’, kan hij zelf tegen andere kinderen zeggen dat ze van zijn spullen af moeten blijven of dat ze moeten stoppen met slaan.